Voedingsleer

Voeding

Iedere dag vul je de etensbak van je trouwe viervoeter die al likkebaardend bij je staat. Maar is de voeding die je geeft wel wat hij echt nodig heeft? Voor een goede gezondheid van je hond is een goede voeding belangrijk. Eiwitten, vetten, koolhydraten, vitaminen en mineralen zijn in de juiste verhoudingen noodzakelijk om te kunnen leven en functioneren. Maar hoe kun je deze ideale verhouding nu uitgebalanceerd geven? Als je de voeding zelf samen wilt stellen, wat heel goed mogelijk is, dien je hiervoor wel een brede kennis van de specifieke voedingsbehoeften van een hond te hebben. Ook is kennis van voeding en interactie tussen voedingsstoffen noodzakelijk. Een foutje is zo gemaakt en kan grote gevolgen hebben voor de ontwikkeling en gezondheid van je hond. Een gemakkelijkere en veiligere oplossing wordt jou door verschillende voedingsfabrikanten geboden in de vorm van kant en klare voeding. Deze manier van voeren is gemakkelijk, veilig en je kunt ervan op aan dat er alles in zit wat je hond nodig heeft.

Er zijn erg veel kant en klare voedingen verkrijgbaar. Belangrijk is dat je een keuze maakt die bij jou en je hond past. Aspecten in je keuze kunnen zijn acceptatie, kwaliteit, kosten of soort voeding.

We kunnen de kant en klare voedingen onderverdelen in drie groepen, te weten nat-, half nat- en droogvoeding. Elk van deze groepen heeft voor- en nadelen die we nu nader zullen belichten.

Natvoeding

Natvoeding, wat meestal in blikken verpakt zit, heeft als groot voordeel dat het sterk ruikt en veel vocht bevat. Honden hebben een goede neus en gaan deze ook graag achterna. De smaakpapillen zijn minder goed ontwikkeld. De voeding wordt dan ook in eerste instantie meer op de geur dan op de smaak gekozen. Dit betekent dat natvoeding door vrijwel alle honden goed gegeten wordt. De voeding bestaat voor 70 tot 90% uit water wat als voordeel heeft dat de hond extra vocht binnen krijgt. Nadeel is dat het gevoeliger is voor bederf en er relatief veel van gevoerd moet worden. Ook voor transport door zowel de fabrikant als de eigenaar is het hoge watergehalte een nadeel, doordat meer volume, in de vorm van water, moet worden vervoerd.

Half natte voeding

Half natte voeding, ook wel “semi moist” genoemd, bevat ongeveer 20 tot 40% vocht. Hierdoor hoeft de voeding niet in blik bewaard te worden maar wordt dit aangeboden in de vorm van zachte brokken. Deze vorm heeft, net zoals natvoeding, ook een hoge acceptatie, is gevoeliger voor bederf en moet hier relatief meer van gevoerd worden. Bijkomend voordeel is dat honden graag willen werken voor half natte voeding waardoor het heel geschikt is om in te zetten bij training.

Droogvoeding

Droogvoeding bevat gemiddeld 8 tot 10% vocht. Voordeel hiervan is dat het minder gevoelig is voor bederf in vergelijking met natvoeding. De kwaliteit van droogvoeding kan beter bewaakt worden, waardoor dit product veel constanter is en beter op een hoog niveau te houden is. Een nadeel is dat deze vorm iets minder smakelijk kan worden gevonden. Fabrikanten zijn zich hiervan bewust en verbeteren de acceptatie door gebruik te maken van hoogwaardige vetten.

Kwaliteit

Het is niet altijd gemakkelijk de kwaliteit van voedingen te beoordelen, een verpakking geeft niet alle informatie en mag geen kwaliteitsclaims bevatten. Verteerbaarheid is één van de punten waarop kwaliteit te meten valt. De hoeveelheid en consistentie van de ontlasting is hier een goede graadmeter voor. Over het algemeen kun je stellen dat de kwaliteit van voeding minder wordt naarmate de hond meer en/of slechtere ontlasting produceert. Uitzondering hierop zijn producten die preventief werken tegen overgewicht en afvaldiëten. In deze voedingen zitten meer vezels verwerkt om een verzadigd gevoel te geven wat meer ontlasting als resultaat heeft.

Op dit moment wordt het aanbod voeding onderverdeeld in superpremium, premium, middensegment en eco-segment. Met deze aflopende kwaliteit daalt ook de prijs per kilogram, wat zeker niet altijd wil zeggen dat de prijs per maaltijd ook daalt, omdat van 'goedkopere' voedingen vaak meer gegeven moet worden.

Specifieke voedingen

Naast het type en merk is het belangrijk dat de voeding past bij het levensstadium waarin je hond zich bevindt. Een hond in de groei heeft een hele andere voedingsbehoefte dan een oude hond. De hond bereikt, afhankelijk van de uiteindelijke grootte, in 8 tot 24 maanden zijn volwassen gewicht. Je kunt je voorstellen dat het belangrijk is dat deze snelle groei ondersteund wordt met een goede voeding die afgestemd is op de uiteindelijke grootte van de hond. Een ouder wordende hond zal weer meer behoefte hebben aan antioxidanten om het verouderingsproces van het lichaam te vertragen.

Voor specifieke gevoeligheden zoals een hond met huid- of maagdarmproblemen bestaan er voedingen die ondersteuning bieden bij deze gevoeligheid. Ook voor een drachtige of zogende teef zijn er voedingen verkrijgbaar die deze zeer intensieve periode ondersteunt.

Voor een aantal rassen zoals een Teckel kan het zelfs nog gerichter. Er bestaan specifieke voedingen die voor een bepaald ras ontwikkeld is en nog meer ondersteuning biedt aan de gezondheid van dat ras.

Fabrikanten die deze voedingen ontwikkelen doen veel onderzoek en maken gebruik van hoogwaardige grondstoffen. Dit komt natuurlijk tot uiting in de prijs van deze producten. Bedenk dat een kwalitatieve voeding bijdraagt aan een goede gezondheid van je hond, zodat deze producten hun prijs meer dan waard zijn.

Dagelijkse voedingsbehoefte

Er is geen eenduidig advies te geven over de hoeveelheid voeding die een hond nodig heeft. De voedingsbehoefte is onder andere afhankelijk van het soort voeding dat je geeft en van je hond zelf. Iedere hond is anders en heeft zijn eigen stofwisseling, levensfase en levensstijl.

De beste manier om te kijken of je hond voldoende voeding krijgt is door de voedingstabel van de verpakking als richtlijn aan te houden en juist de conditie van je hond in de gaten te houden. Dit kun je doen door met je vingertoppen of vlakke hand over de ribben te strijken. Je moet de ribben dan goed kunnen voelen maar net niet zien. Moet je prikken of duwen om de ribben te kunnen voelen is je hond te dik. De voeding kun je het beste verdelen over 3 á 4 maaltijden over de dag heen.